Overal ter wereld vrienden maken en leren over andere culturen: het zijn twee belangrijke doelen die ik nastreef als digitale nomade. Maar hoeveel leer je nu eigenlijk, wanneer je het grootste deel van je dag achter je laptop zit? En ’s avonds bier gaat drinken met andere nomaden? Precies: bar weinig. Maar ik heb dé plek gevonden waar locals zich van hun ware kant laten zien. Waar ze zich letterlijk en figuurlijk bloot geven. Een plek waar je in één keer tot de kern van de samenleving doordringt. En die plek is….. DE SPORTSCHOOL!

Ik en sporten: een introductie

Sporten en ik, het is geen gouden combinatie. Terwijl ik als kind nog fanatiek tekeer ging op de judomat, beperk ik lichaamsbeweging sinds de puberteit tot een strikt minimum. Maar goed, verstand én gewichtstoename komen ook met de jaren. Dus probeer ik met enige regelmaat weer wat vorm in het lichaam te krijgen. Weinig succesvol, helaas. Tót Emiel en ik besloten de wereld over te trekken. Een kleine bloemlezing van mijn wereldse sporterervaringen:

Losse heupen in Colombia

Medellín, de Colombiaanse stad waar we het langst hebben gewoond, kun je met een gerust hart een sportparadijsje noemen. In de wijk Laureles zijn ontzettend veel gratis sportmogelijkheden rondom het grote voetbalstadion. Denk aan een renbaan, openluchtfitness, volleybal-, basketbal- en zaalvoetbalvelden. En dat allemaal toegankelijk voor iedereen. ’s Avonds is het één van de meest levendige en veilige plekken van de buurt. Salsamuziek en de geur van gefrituurd eten herinneren je er weer aan de je in Colombia bent (oh ja, en de ‘psst, hola, mamasita!’-lispelende mannen natuurlijk).

Estadio van bovenaf

Hupsen op salsamuziek

Om 19:00 uur kom ik (soms) in actie. Dan is er een gratis ‘gehups op muziek’-les. Met honderden Colombiaanse vrouwen en een enkele man staan we een uur te springen, schoppen en schudden, onder de bezielende leiding van een knappe Jorge of bloedmooie Manuela. Zelfs voor een sporthater als ik is dit hartstikke leuk. Behalve als de les ineens over een té Colombiaanse boeg wordt gegooid. Ingewikkelde salsapasjes, die iedereen binnen no time onder de knie heeft. Voor Colombianen is salsadansen hetzelfde als fietsen met twee boodschappentassen aan je stuur voor Nederlanders: hun tweede natuur. Voor mij dus niet. Gelukkig is het een genot voor het oog en het oor om van de zijlijn toe te kijken. Vooral wanneer je er zo’n lekker gefrituurd hapje bij eet.

Niks in Nicaragua

Over Nicaragua kan ik heel kort zijn: het is er in juni en juli te heet om te sporten. Af en toe zie ik wat dappere Nicaraguaanse vrouwen puffen tijdens een zumbales in een slecht geventileerd gymlokaal zonder airco. Het enige waar ik me aan waag zijn wat baantjes in het zwembad van een nabijgelegen hotel. En soms doe ik een handstand tegen de muur.

Her nam ik even een fietstaxi over. Best sportief.

Aan de slag in Oeganda!

Het stilzitten en ongezonde eten in Nicaragua eisen hun tol. Een potje dansen in de slaapkamer doet mij al puffen en hijgen als een oud paard. Mijn kleren zitten te strak. Kortom: het roer moet om in Oeganda. De hoofdstad Kampala biedt een paar opties: een peperdure gym in één van de vele resorts. De faciliteiten zijn (over the) top en je ontmoet er expats. Of je kunt naar een ‘normale gym’, zoals bij ons in de buurt op Ggaba Road. Goedkoop en op loopafstand. Zoals het ons zuinige Hollanders betaamt, kiezen we voor optie twee. En dat blijkt de beste keuze ooit te zijn.

Emiel in de gym

De setting van RM Gym & Fitness: een hok van een metertje of drie bij vijf. Aan de zijwanden afgeragde fitnessapparatuur, zo te zien uit de jaren 80. Aan de apparaten hangen jongens uit verschillende Afrikaanse landen. Tanige Somaliërs proberen er massa te kweken. Oegandese mannen onderhouden er hun spierbundels. En dan daartussen, als een lang, wit meetlint: Emiel met zijn oranje sportshirt. In opperste concentratie werkt hij zijn routine af. Achteraf horen we dat de anderen hem erom bewonderen: ‘Wow, die man sport alsof hij mediteert, fantastisch!’

Feest met Rasta

En ook hier begint klokslag 19:00 uur mijn sportles. Leraar Rasta is een bekendheid in Kampala. Hij valt op, met zijn grote bos dreadlocks en honderden piercings in z’n gezicht. Rasta mat zijn leerlingen vanaf minuut één helemaal af. Honderden buik- en beenspieroefeningen op de grond en nauwelijks tijd om op adem te komen. De lol begint pas bij het staande gedeelte. Elke dag op dezelfde muziekmix, die middenin het liedje Saturday Night van Whigfield begint. Nu heb ik, zoals het iedere antropologie-studente betaamt, heus wel een lesje Afrikaanse dans bij Crea gedaan, maar daar red ik het hier niet mee.

Ik en Rasta.

Jaloerse blikken op volle billen

Twerken, rollende heupen en billen, shuffelen: ik maak gebruik van spieren waarvan ik niet eens wist dat ik ze had. Als motorisch uitgedaagde, moet ik mezelf tot het uiterste pushen om de bewegingen onder de knie te krijgen. Jaloers kijk ik naar de volle billen voor me, die zo behendig bewegen op de muziek. Ik sta een beetje achteraan in het midden, niet te zichtbaar. De eerste twee weken kan ik na de lessen nauwelijks lopen van de spierpijn. Daarna worden de eerste resultaten zichtbaar (ja hoor, twee blokjes, bovenaan mijn buik!) en ben ik niet meer te houden. Minimaal drie keer in de week meld ik me bij Rasta. We leren de medewerkers en vaste klanten kennen en langzaam aan voelt deze gare gym als de gezelligste plek van de stad. Op een gegeven moment zet Rasta me iedere les pal vooraan …‘Yeah, she likes to work hard!’.

Thaise macho’s met een klein hartje

Rasta heeft mijn zelfvertrouwen een boost gegeven, dus ik durf best te thaiboksen (of Muay Thai-en) in Thailand. In Bangkok is het bikkelen, met de hoge luchtvochtigheid. Maar de sfeer is fijn en ik raak al snel aan de praat met mijn medekickboksers. Het is een divers gezelschap uit Thailand, Australië, Amerika en zelfs Oezbekistan. In Chiang Mai kies ik een wat ongure, maar fantastische Muay Thai-school Sit Thaharnaek. De leraren zijn er niet mild: twee uur achter elkaar springtouwen, techniek, opdrukken, rammen op zakken en clinchen. Iedere les ga ik stuk. Maar de machodocenten met hun kleine hartjes maken een hoop goed. Ieder wondje verbinden ze zorgzaam, ze helpen me op adem te komen met tijgerbalsem aan hun handen en soms krijg ik zelfs een kleine Thaise massage cadeau.

Muay Thai in Bangkok.

Family affair

De gym wordt gerund door een Thaise familie. Vrouw, dochtertje, zoon en pleegzoon zijn iedere dag met hun vader in de zaal. Van te voren waarschuwden veel mensen ons: de Thai zijn vriendelijk, maar écht contact krijg je er niet snel. Dat klopt wel, is mijn ervaring. Maar door te kijken naar de omgang van de familie met elkaar, te lachen om de grapjes van de docenten en mee te gaan naar hun wedstrijden, hoop ik toch ietsje meer meegekregen te hebben van Thaise cultuur.

Albanië, aerobics in kinderschoenen

Na een enorm vette maand in Nederland, probeer ik in Albanië weer een beetje in shape te komen. Ze hebben hier in Gjirokaster een hartstikke goede gym met drie keer in de week om 18:00 uur een heus aerobicsklasje. Ik heb het idee dat aerobics hier populair is, maar misschien nog een beetje in de kinderschoenen staat. Tijdens mijn eerste les stond het zaaltje vol. Ik tel zo’n 25 vrouwen. Jong en oud, dik en dun, vol opgemaakt of een lekker blote billengezicht. Net als in Nederland dus.

Albanees geklaag

De les is alles behalve opzwepend. Zonder muziek op de achtergrond doet de docent (een fitte kerel van een jaar of 35 ) de oefeningen voor. Bij iedere oefening barst er een klagerig gekrakeel los. Ik versta natuurlijk nog geen woord Albanees, maar ik meen steeds dit te horen: ‘Eeeccchht, maar HOE dan? Ik kan dat helemaal niet!!’. Vervolgens doet iedereen de oefening alsnog, zo goed en zo kwaad als het goed, een keer of vijf na. Dan stopt het. De docent loopt naar zijn telefoon om de volgende oefening op te zoeken. Doet hem voor. Geklaag. Vijf keer meedoen. Stilstaan en wachten.

Het eten is hier wel ziek lekker en spo(r)tgoedkoop!

Eind goed al goed

Het goede nieuws: voor het eerst sport ik in een land waar de motorische vaardigheden van mijn medesporters op mijn niveau of net een tandje lager zijn! En ook hier blijkt de kleedkamer dé plek om met andere vrouwen aan de praat te raken. Dus hopelijk ontmoet ik snel mijn Albanese BFF en vertrek ik alsnog heel fit naar Belgrado om een nieuw hoofdstuk aan deze blog toe te voegen!