Tien levenslessen van een digitale nomade

In mei schreef ik de blog ‘Wat wij tot nu toe hebben geleerd van ons digitale nomadenbestaan’. Daarin staan een aantal waardevolle lessen zoals: ‘Emiel zweet heel veel’ en ‘taxichauffeurs zijn achterlijke gladiolen’. Zeven maanden en vier landen verder heb ik flink wat Afrikaanse sjamanen de hand mogen schudden en een aantal Boeddhistische monniken kunnen spreken. Dat leverde veel input op voor ‘de tien levenslessen van een digitale nomade’. Hier komen ze, mijn eerlijke lessen over…

… leven op afstand

  1. Een jaar lang op afstand leven van vrienden, familie en collega’s is bevrijdend*. Ho, niet stoppen met lezen! Ik bedoel het minder onaardig dan het klinkt, ik mis iedereen juist ontzettend. Maar hoe lief vrienden en familie me ook zijn, onbewust kneed ik mezelf toch naar bepaalde (aan mezelf opgelegde) verwachtingen. Thuis heb ik vaak het idee dat ik mensen tekort doe. Ben ik de hele dag dwangmatig met mijn telefoon bezig. Is mijn agenda altijd volgepland. In het buitenland kent niemand me, dus kan ik doen en laten wat ik wil. Behoefte om sociaal te zijn? Dan ga ik op iedere uitnodiging in. Juist zin om de hele nacht door te werken? Geen haan die ernaar kraait. Er zijn voor mij, als buitenstaander, geen kaders waar ik in hoef te passen. Dat geeft me een vrij gevoel, een beetje alsof ik een onbeschreven blad ben. De keerzijde is natuurlijk eenzaamheid. Als ik foto’s langs zie komen van gezellige verjaardagen en uitjes in Nederland, dan weet ik meteen weer wat ik mis.

*Dit geldt natuurlijk voornamelijk voor white privileged West-Europese verwende wijven zoals ik. Een Syrische vluchteling die al een jaar in zijn eentje in Ter Apel zit kijkt hier waarschijnlijk heel anders tegenaan.

  1. Niet meer naar de haaien, maar naar bed. Dat vat onze weekenden wel zo’n beetje samen. Terwijl we in Amsterdam graag de bloementjes buiten zetten (lees: niet vies zijn van een nachtje doorhalen), staan we hier vaak bij het ochtendgloren op. Gaan we lekker wandelen, sporten, de natuur in, of gewoon aan het werk. Schamen we ons niet eens voor. Onze theorie is als volgt: bijna alles wat we dit jaar doen, is nieuw, anders en spannend. Iedere dag is een avontuur op zich. Hierdoor is de behoefte om het in het weekend bont te maken veel minder. Ja, of we zijn gewoon twee oude, suffe lullen. Dat kan natuurlijk ook.

Emiel vroeg uit de veren.

….werken op afstand

  1. Een tafel. Een stoel. Internet. Een laptop. Misschien denk je: bingo, helemaal klaar om aan het werk te gaan! Helaas, de realiteit van werken op afstand is weerbarstiger. Stel je een gemiddeld ontwikkelingsland onder de evenaar voor en je kunt de volgende dingen aan je lijstje toevoegen: een noodaggregaat, airconditioning, een simkaart als back-up internetoptie en een flesje water. Stabiele stroom-, water-, of internetvoorziening is namelijk niet altijd vanzelfsprekend. Omdat het heel onhandig reist met een noodaggregaat en een airconditioning in je backpack, werken wij meestal vanuit co-workingspaces. Daar hebben ze al die dingen en je krijgt er meestal nog gratis koffie bij ook. En andere digitale nomaden. Dat is soms een vloek en soms een zegen, zoals je kunt lezen in mijn les over…

…. andere digitale nomaden

  1. Iedereen heeft er één: een irritante collega. Zo iemand die altijd in zijn neus peutert en de buit vervolgens gulzig oppeuzelt. Of dat alfmannetje, dat het liefst naar zichzelf luistert tijdens vergaderingen. Als digitale nomade ontkom je helaas niet aan deze ellende. Maar dan is je irritante collega bijvoorbeeld een Canadees met een kutkop, die vijf weken ná de verkiezing nog steeds met zijn ‘Make America Great Again’ pet door de co-workingspace loopt. Toen ik hem vroeg of hij het ironisch of ‘echt’ bedoelde, bleek hij het te menen (“Yeah man, I think Trump is just a winner.”). Of het is die neurotische programmeur die de hele dag manisch pinda’s zit te eten met zijn mond open. Het verschil is dat je in Nederland mogelijk nog 25 jaar met die alfaman aan een vergadertafel zit. Wij weten in ieder geval dat we er na een maand of drie weer vanaf zijn.

Lekker rustig, een co-workingspace zonder anderen.

  1. De afgelopen maanden woonden wij een groot deel van de tijd in Chiang Mai, ook wel bekend als ‘de digitale nomaden-hoofdstad van de wereld’. De stad doet zijn bijnaam eer aan, want inderdaad, er zitten héél veel digitale nomaden. En dat is dan wel weer tof. Want hoe je je geld ook verdient (als dropshipper, SEO-writer, programmer, web developer, travelblogger, Instagram-influencer of welk ander willekeurig Engels woord dat op –er eindigt dan ook), in Chiang Mai heb je collega’s. En die organiseren meet-ups om elkaar te helpen en van elkaar te leren. Heel inspirerend om te zien (serieus!).

…. de journalistiek

  1. Journalist, het blijft voor mij zonder twijfel het mooiste beroep op aarde. De verhalen die we dit jaar maakten, betekenden voor mij zo veel meer dan slechts een leuke reportage en wat geld op mijn bankrekening. Tot tranen geroerd was ik door het verhaal van Phiona Mutesi, het Oegandese sloppenmeisje dat zich de armoede uit schaakte. Ongelofelijk onder de indruk was ik van Francisca Ramirez, de kleine kordate Nicaraguaanse boerin die met gevaar voor eigen leven actie voert tegen het Nicaraguakanaal. En ik was mateloos gefascineerd door Dee, de Thaise Tom die zich een veel beter mens voelde nadat ze vrijwillig haar borsten had laten weghalen. Journalistiek werk heeft voor ons beiden veel extra waarde aan dit jaar toegevoegd.
  1. Ik kwam begin dit jaar vers uit mijn veilige loonslavenschulp gekropen. Dan is het soms best ontluisterend om te zien hoe sommige (zeker niet alle!) opdrachtgevers met freelancers omgaan en wat dat voor freelancers betekent: eindeloos met verhalen leuren, geen reacties krijgen op mails en soms maanden op je geld moeten wachten. Het zijn de minder fijne kanten van het freelance journalistenbestaan.

Hier krijg ik een ketting van de oudste vrouw uit de moslimwijk in Kigali.

… geld verdienen

  1. Er is dit jaar een wereld voor me open gegaan op het gebied van geld. Of in ieder geval op het gebied van manieren om geld te verdienen. Ik lees nu (eindelijk!) de digitale nomadenbijbel ‘The four hour workweek’, dat hier grotendeels over gaat. Op momenten dat ik me niet groen en geel erger aan het irritante Amerikaanse toontje van de auteur, is het boek ontzettend leerzaam. Veel digital nomads die we ontmoeten hebben één doel voor ogen: het creëren van een passief inkomen. Dat zijn inkomsten die gegenereerd worden, zonder dat je er iets voor doet. (Spoiler: voordat je zo ver bent, moet je juist bergen werk verzetten). Ik wil hier in 2017 meer over leren en ermee aan de slag.

… elkaar

  1. Pak je kotsbakje er maar weer bij! Emiel en ik kenden elkaar een krappe tweeëneenhalf jaar toen we onze tassen pakten. Natuurlijk weet je dan veel van elkaar. Maar twaalf maanden op elkaars lip zitten, dat voegt een hele nieuwe dimensie aan ‘elkaar kennen’ toe. Ik heb nu, veel meer dan daarvoor, met mijn eigen ogen gezien hoe slim, creatief en hardwerkend Emiel is. Deze man legt soms een discipline aan de dag waar een Noord-Koreaanse bevelhebber ‘u’ tegen zegt. Tegelijkertijd hebben zijn rust, optimisme en humor ervoor gezorgd dat zelfs de vervelendste momenten (36 uur in een bus, met diarree op de plee, stress voor een deadline) een stuk minder vervelend waren. Zonder hem was dit avontuur bij lange na niet zo mooi geweest. Oh, en ook niet onbelangrijk: zonder Emiels schrijfskills en netwerk hadden wij nooit zo veel werk gehad.

Haha blij! In Myanmar.

  1. Ik heb ook veel over mezelf geleerd, of eigenlijk: mezelf een lesje geleerd. Een lesje in vertrouwen dat alles altijd wel goedkomt. Want dat is eigenlijk gewoon zo.

Verdorie, wat gaat dat toch snel. Dan bedoel ik natuurlijk het opschrijven van deze tien levenslessen, het zijn er eigenlijk veel te weinig. Dit jaar heeft me namelijk ook nog eens ongelofelijk veel geleerd over de wereld, de mensen op die wereld en over Nederland. Misschien moet dat maar een aparte blogpost worden.

Weet je wat ook snel gaat? De tijd! Dit jaar is voorbij gevlogen. Gelukkig krijgt het een staartje en trekken Emiel en ik er het grootste deel van 2017 weer op uit. Maar nu eerst: tot in Nederland, ik kan niet wachten!