Nu wij afscheid hebben genomen van onze eerste bestemming Colombia en alweer gesetteld zijn op bestemming nummer 2 (Nicaragua), is het tijd voor: DE-GROTE-ALFABETISCHE-EN-NUMERIEKE-EVALUATIE-DIE-JE-WIST-DAT-ZOU-KOMEN-EVALUATIE! Wat hebben wij geleerd van onze eerste maanden als digitale nomaden?

Numero uno: Armbandjes

Ja, dat is een enkelbandje.

Ja, dat is een enkelbandje.

“Als ik er maar niet binnen een paar maanden bijloop als zo’n reishippie met allemaal inheemse armbandjes enzo.” Ik was er heilig van overtuigd dat ik weerstand zou kunnen bieden aan de tientallen sjamanen en aan lager wal geraakte Europeanen die door het continent zwermen om armbandjes te verkopen aan (ex-)antropologiestudentes en andere reizigers. Mislukt. Ik kocht al een armband van een sjamaan in de Verloren Stad en heb het zelfs een keer gewaagd om de straat op te gaan met een enkelbandje (dat ik kreeg van onze Mexicaanse Medellín-vriendin na aan Ayahuasca-ritueel, om er maar even een cliché-activiteit tegenaan te gooien.)

 

Numero dos:  Excentriekelingen

Misschien moet je een beetje eigenaardig zijn om al het vertrouwde achter je te laten en als digitale nomade de wereld over te trekken. Het grote aantal excentriekelingen dat ons pad heeft gekruist, wijst daar in ieder geval wel op. Wat bijvoorbeeld te denken van de Amerikaan van middelbare leeftijd in Colombia, die nog nooit van het gewapende conflict of de FARC gehoord bleek te hebben (“But they are not a muslim terrorist group right?”)? Of de rijke programmeur die probeerde te scheiden van zijn bloedmooie vrouw. Hij gaf toe haar alleen maar getrouwd te hebben omdat ze zo’n lekker wijf was en schrok zich wild toen zij zich na hun huwelijk ontpopte tot een kenau en religieuze fundamentalist. Of de jonge nomade die die elke dag stoned een nieuwe taal onder de knie probeerde te krijgen.

Gelukkig ontmoeten we ook erg veel leuke mensen!

Gelukkig ontmoeten we ook erg veel leuke mensen!

Gelukkig ontmoeten wij ook veel meer lieve, interessante mensen dan we vooraf hadden verwacht. Vooral in Medellín hebben we vriendschappen aangeknoopt die hopelijk ondanks de afstand blijven bestaan.

Numero tres: Fantastisch

Klop, klop. Dat is het geluid van onze vuistjes onder de tafel. We moeten de volgende beweringen namelijk even afkloppen. Dit hele avontuur is namelijk veel fantastischer dan wij hadden kunnen hopen! We hebben veel minder (lees: bijna geen) tegenslagen. We zien de mooiste plekken, maken vette dingen mee, we hebben werk, we zijn gelukkig. Wat wil je nog meer? Wij niks in ieder geval. Oh ja, toch wel, gratis geld bijvoorbeeld. Of een masseur die met ons meereist. Of een privé optreden van Syb van der Ploeg (dat wil Emiel heel graag). Maar blijkbaar kun je niet alles hebben.

Bier drinken met een hoed op aan het strand. Leuk!

Bier drinken met een hoed op aan het strand.

Numero cuatro: Gezeur

Mensen die zeiken over het eten in Colombia of Nicaragua zijn aanstellers. Voor een habbekrats krijg je in deze landen een prima lokaal maal. Zo aten wij net nog voor 40 cordoba (dat is €1,26) een bord rundvlees met saus, rijst, bonen, tomaat, gefrituurde kaas, gebakken banaan en ui. In Colombia gingen we elke middag uit eten bij een ‘luxe’ restaurant, waar we voor 2,80 een bord soep, een smakelijke warme maaltijd én een glas verse sap kregen. En als je het lokale voer dan echt zat bent, betaal je een paar euro extra in een Italiaans, Chinees, Cubaans of Italiaans restaurant. Niks te klagen dus.

Een klein avondmaal.

Een klein avondmaal.

Numero cinco: Helaas…

“Ik vind het zelf ook heel jammer, maar we hebben geen budget voor/zien geen actuele aanleiding/vinden geen reet aan dit verhaal.” Dat is zo ongeveer de strekking van het meest voorkomende antwoord op onze pitches voor journalistieke verhalen. Natuurlijk, we hebben een aantal mooie reportages en interviews kunnen doen en gelukkig hebben we voor Nicaragua en Rwanda nog aan aantal verhalen op stapel die wel op een afnemer kunnen rekenen. Maar we steken dus ook veel tijd in het uitwerken en versturen van pitches voor verhalen die we niet verkocht krijgen. Helaas.

Nummero seis: Irritantegemeneklotefuckshiteikels

Taxichauffeurs in Zuid- en Midden-Amerika, Emiel en ik hebben er geen goed woord voor over. Opgelicht, bestolen en in levensgevaar gebracht zijn we door die achterlijke gladiolen. Het lijkt wel of er één beroep is uitgekozen voor alle sadisten en sociopaten hier: taxichauffeur. Want ook al lijken ze soms heel aardig, het blijken vaak wolven in schaapskleren. Hoewel taxichauffeurs in Amsterdam ook geen lieverdjes zijn, was ik geen fan van Uber. Ik vond het oneerlijke concurrentie. Nu ben ik om en gebruik de app in iedere stad waar dat kan.

Numero siete: (Ont)spanning

Wij zien dit jaar zeker niet als een vakantie, dus gewerkt moet er worden. Maar het is tegelijkertijd ook zonde om het hele jaar wegzwetend achter een laptop te verdoen. Vooral ik vind het moeilijk om de juiste balans te vinden tussen werk en ontspanning. Als we te veel werken, zeur ik dat ik erop uit wil om leuke dingen te doen en het land te ontdekken. Als we leuke dingen doen, voel ik me schuldig omdat we niet werken.

Hier vond ik het werken leuk.

Hier vond ik het werken leuk.

Numero ocho: Succes!

Gaan we het wel redden met ons geld dit jaar? Wat als we helemaal geen werk hebben en dus niks verdienen? Zomaar wat piekergedachten die ons beide in aanloop naar dit jaar zo nu en dan overvielen. Allemaal voor niks geweest. We zijn nu al op 1/3e van het jaar en tot nu toe spelen we quitte. Het ziet er naar uit dat we zelfs met meer geld terug komen dan waarmee we op pad gingen. We moeten daar eerlijk bij zeggen dat we één grote, terugkerende opdracht hebben die een hoop geld in het laatje brengt. Maar toch, we komen (nog een keer afkloppen!) in ieder geval niet berooid thuis.

Numero nueve: Tranquilo

Wanneer je naar een land als Nicaragua of Colombia verhuist, moet je accepteren dat dingen anders gaan dan je gewend bent en vooral ook vaak: langzamer. Tranquilo, zeggen mensen vrij regelmatig tegen mij. Beetje bij beetje beginnen we ons Nederlandse tempo wat te vertragen en winden we ons minder op wanneer we lang op iets moeten wachten of als het internet weer eens uitvalt. Best gezond volgens mij!

Numero diez: Wereldreizigers

Hoewel wij door internet en het volgen van het nieuws niet écht loskomen van Nederland, sluipt een zekere vervreemding er wel in. Hier dus een voorspelling: in de loop van het jaar worden wij vast en zeker hele vervelende ‘wereldreizigers’. Wij zullen schamper lachen wanneer iemand in Nederland het waagt om over iets te zeuren. “Potverdorie, ik heb zo veel stress, ik kan niet wachten tot ik vakantie heb.” Emiel: “Haha, vakantie! In Nicaragua, waar ik ooit een tijd gewoond heb, daar weet 98% van de bevolking niet eens wat vakantie is!” Ik: “Haha, ja, inderdaad. Of wat dacht je van Colombia, onze lokale vrienden moesten op werkvakantie naar een legerkamp van de FARC in de jungle. Dat was voor hen vakantie!”

Jullie kunnen het ons natuurlijk niet kwalijk nemen, want wij wonen een jaar lang in derde wereldlanden. Dit betekent dat al onze problemen hier ineens veel urgenter zijn. Bad hair day? IJscoboer die lang op zich laat wachten? Derdewereldproblemen. Bovendien hebben we hier nooit trek, maar is het altijd meteen honger.

Een huisje in Colombia.

Een huisje in Colombia.

Numero once: Zweet

Emiel, die zweet heel veel. Vooral in het extreem vochtige en hete León gutsen de straaltjes zoutwater 24/7 langs zijn lichaam en gezicht. Sowieso is dit hele jaar een lichamelijke uitdaging voor Emiel, aangezien hij veel te lang is voor zo ongeveer ALLES. Bedden, bus- of vliegtuigstoelen, toiletten, tafeltjes in restaurants, toiletdeuren, deurposten, metro’s. Overal steekt hij bovenuit of loopt hij tegenaan.

Emiel en zijn ventilator.

Emiel en zijn ventilator.