Wasdrogerteksten schrijven en rayonhoofden

“Zeg Emiel, jullie gaan een jaar op wereldreis?”, informeerde een tante voordat we vertrokken. Een hele uitleg over ons plan ten spijt, kwam het niet echt (of beter: echt niet) over dat we als digitale nomaden zouden gaan werken op afstand. Mijn tante was hierin niet de enige. Ietwat boud gesteld, kon eigenlijk geen enkele babyboomer er met de pet bij dat we gewoon door blijven werken, maar dan vanuit andere continenten.

Het is een mooi plan, waarover we tien maanden goed hebben nagedacht. Maar kan het eigenlijk wel?

Ons werkende leven tot nu toe

Internet is kut. Opdrachten zijn niet binnen te halen. Werken moet in lawaaierige koffietentjes waar je voorovergebogen over je laptopje je rug zit te verneuken. Je begrijpt niets van de taal, laat staan van de cultuur. Noch heb je het gevoel dat je aan het reizen bent, noch kom je aan werken toe. Je mist collega’s, vrienden en familie (en met ze in dezelfde tijdzone zitten), goede faciliteiten, makkelijk en snel naar je werk kunnen, mopperen op het druilerige weer, Koningsdag, bruin brood en de vrijdagmiddagborrel. Daar ben je allemaal bang voor, als je besluit om een jaar te werken op afstand.

Hoe het uitpakt? Ik zal beginnen met de grootste tegenvaller: we dachten schathemeltjerijk te worden. Immers, je blijft werken voor Nederlandse tarieven, terwijl je woont in een ontwikkelingsland. Nou, dat valt een beetje tegen. Nu we 2,5 week onderweg zijn, hebben we pas – alle kosten meegenomen – zo’n € 4.700,- winst gemaakt. Kidding. In feite hebben we iets minder verdiend dan we hebben uitgegeven, maar het duurt natuurlijk even voordat je op gang komt en je moet wat initiële kosten maken. In een latere blog zullen we wat meer uitleggen over de kosten die we hier in Colombia maken, want geld is natuurlijk interessant.

Aan de hand van een aantal thema’s, zal ik wat reflectie bieden op ons werkende leven tot nog toe.

Zeg, wat voor werk doen jullie daar eigenlijk?

We houden onszelf hier aardig bezig. Renée heeft – lekker meta – al twee reportages gemaakt over digitale nomaden voor BNR. Ik heb een quiz gemaakt voor een magazine en een interview gehouden voor een universiteitskrant (via Skype natuurlijk). Iedere dinsdag maken we de Nieuwsupdate van Sprout. We hebben nog een hoop ideeën voor journalistieke verhalen, maar gezien de beperkte animo in Nederland voor buitenlandverhalen zien we dat meer als hobbyprojecten dan als werk. En, om een basisinkomen te hebben, schrijven we voor een vergelijkingssite productteksten over wasmachines en drogers. Heel veel productteksten over wasmachines en drogers.

<INTERMEZZO> Productteksten schrijven over wasmachines en drogers is te gek. Zo heb ik, bij wijze van inside joke, in een tekst over een wasmachine van het merk X geschreven dat het bedieningspaneel dusdanig eenvoudig in het gebruik is dat ‘een kind de was kan doen’. Toen Renée gisteren aan haar zoveelste Bosch-tekst bezig was, vroeg ik of ze door de bomen de Bosch nog zag. Hoe meer we over drogers schrijven, hoe droger de grappen worden. </INTERMEZZO>

Emiel achter zijn bureautje

Emiel achter zijn bureautje

Hebben jullie wel genoeg tijd om te werken?

Zeker! Een dag telt minstens 24 uur en daarvan werken we er effectief zo’n vijf. Stiekem ben je namelijk een hoop tijd kwijt met geregel. Een appartement zoeken, verhuizen, inschrijven voor het gratis fietsensysteem, tot de conclusie komen dat we toch liever een eigen fiets kopen voor twee tientjes, een telefoon kopen, beltegoed regelen, inschrijven voor de cursus Spaans op de universiteit, een toelatingstest daarvoor doen, kletsen met andere digital nomads in ‘onze’ co-working space, Spaans studeren en nog wat meer dingen in dat soort hoeken.

Daarnaast spreken we wat af met mensen, gaan we – geregeld als lunch – uit eten (omdat het toch maar 3,5 euro voor een hoofdgerecht met soep en een drankje kost), proberen we in het weekend een leuk uitje te doen, en om de ochtend ga ik hardlopen rondom het stadionterrein terwijl Renée een Bandeja Paisa in bed consumeert en telenovela’s kijkt. Oftewel: tijd tekort hier. En dat zal vanaf komende week alleen nog maar prangender worden, als we iedere ochtend moeten opdraven bij de Spaanse les op de universiteit. ¡Caramba! 

Dat werken als digitale nomaden, hoe pakken jullie dat aan?

De eerste twee weken hadden we een AirBNB-appartementje waar het internet zo snel was als Ton Elias op de 100 meter en waar we zaten op tuinmeubilair. Goedkoop: ja. Efficiënt: nee. Ergonomisch verantwoord: evenmin. Dus hebben we een abonnement genomen op de co-working space Ondas, waar we van maandag tot en met vrijdag netjes zitten van half tien tot zes.

Het internet is er vrij behoorlijk, al knalt Skype er tijdens een interview soms even uit. Dat Skypen, dat is trouwens ook wat lastig als de fruit-microfoon-man langskomt. Deze señor loopt rondjes, van ongeveer twee huizenblokken groot. Met de ene hand duwt hij een kar met fruit en een grote speaker erop voort, met de andere hand houdt hij een microfoon vast waarin hij repetitief schreeuwt wat hij op zijn kar heeft liggen: piñ-a, man-go, a-vo-ca-do. Het meest verwonderlijke: hij is blijkbaar nog nooit op het idee gekomen om dit op te nemen op een bandje.

Dat Ondas, is dat wat?

Ondas, dat is wel wat. Beneden is het een koffiebar, boven een co-working space met drie verschillende ruimtes, een balkon en een dakterras. Renée en ik occupy’en er, bij gebrek aan drukte, onze eigen ruimte. Met dank aan mijn laptopstandaard, toetsenbord, muis, goedkope bureaustoel en een halve pallet (echt!) die ik nog onder de laptopstandaard leg, kan ik er muisarmtechnisch vrij behoorlijk werken. De verhalen en ervaringen van andere digitale nomaden die we er spreken voeden ons arbeidsethos (beluister wat interviewtjes met deze mensen in Renées BNR-reportage), zo ook de goedkope koffie.

Wat we wel merken: je kunt, als je wilt, zo ongeloof veel leuks doen dat je aan werken niet meer toekomt. Om te slagen als digitale nomade, moet je een soort innerlijke druk voelen om toch een x-tal uren per week te werken. Dat is geloof ik wel makkelijker als je met zijn tweeën bent, dan houd je elkaar namelijk scherp.

Dus: kan het wel, dat werken op afstand?

Ja, voor ons kan het. We kunnen ons echter voorstellen dat wanneer je rayonhoofd, burgemeester van Heusden of eigenaar van Wiebe’s Haringkar bent, het een stuk lastiger wordt.