De taal – La lingua

Usted parece un Bill.” Mijn (=Renées) eerste grapje in het Spaans, tegen een Colombiaanse man met Texaanse cowboyhoed die Bill heet en er ook echt uitziet als een Bill. Ik moest zelf lachen, Emiel lachte en de rest van de cabine van MetroCable lijn K schaterlachte mee. Een moment waar ik nu al dagen met (misschien wat overdreven) veel trots aan terugdenk. Want één ding is duidelijk geworden in de eerste week: op het gebied van Spaans hebben wij nog een lange, lange weg te gaan. Vooraf zijn we gewaarschuwd dat het merendeel van de Colombianen géén Engels spreekt. En ay caramba, die waarschuwing blijkt op waarheid gestoeld.

Taalcursus

Om het ‘Ik vertrek’-gehalte wat te verlagen, zijn wij in Nederland begonnen met het leren van de taal. Na de cursus A1.1 ( het aller-, allerlaagste beginnersniveau) stortten wij ons op zelfstudie en de taalapp Duolingo. Op het moment van vertrek bleken wij in staat om onszelf voor te stellen, uit te leggen dat we een jaartje in het buitenland gaan wonen en we kenden zinnige zinnen zoals:

  • El gato bebe leche (de kat drinkt melk)
  • El elephante nunca come pan (de olifant eet nooit brood)

Dat we daar niet ver mee kwamen, merkten we meteen op de eerste avond toen we overnachtten in een hotel in Bogotá. De Colombianen praten langzamer en duidelijker dan wel volk op dit continent dan ook, toch verstonden wij steeds maar een paar woorden van de receptionist. Gelukkig bleek nog een voorspelling de waarheid te zijn: wanneer je eenmaal een paar dagen in een Spaanstalig land bent en door de taal wordt omringd, gaat het leren stukken sneller. De Colombianen, of specifieker de Paisas zoals de bevolking van dit gebied wordt genoemd, zijn een vriendelijk en nieuwsgierig volkje. We worden om de haverklap aangesproken en uitgenodigd. Langzaam aan merken we dat die praatjes in het Spaans ons beter afgaan.

Emilio leest een Spaanstalige krant

Emilio leest een Spaanstalige krant

Gringo-prijs

Dat ons Spaans nog tekort schiet merken we vooral in winkeltjes en taxi’s. Het blijkt erg verleidelijk voor mensen om ons, kersverse westerlingen, net even iets meer te laten betalen. Noem het maar ‘de gringo-prijs’. Het zijn ook van die grote bedragen hier, een taxiritje kost al snel 4589 Colombiaanse pesos, oftewel cuatro mil quinientos ochenta y nueve. Keihard onderhandelen over dit soort prijzen wil niet zo vlotten in ons steenkolen-Spaans, dus uiteindelijk hebben we al heel wat Colombianen een fijne dag bezorgd. Oh, en het kijken van een trieste Iraanse filmhuisfilm met Spaanse ondertiteling was misschien ook wat te hoog gegrepen. Zelden zo weinig begrepen van een película.

Universiteit

Als we hier echt goed willen integreren, zit er voor ons niks anders op dan heel hard studeren en zoveel mogelijk Spaans te praten. Maandag trekken we in bij een Colombiaans meisje en haar neef, dus daar steken we vast een hoop op. En vanaf eind januari hebben we elke dag les op de universiteit. Tot die tijd komt het vooral aan op zelfstudie. Elke dag duiken we in de boeken en proberen we zo veel mogelijk te babbelen met buren en winkelmedewerkers. Renée heeft zo haar eigen methode bedacht: heel hard meezingen met Spaanstalige liedjes op YouTube waar de tekst bij staat. Een doorslaand succes.

Gelukkig hebben ze dat ook door bij een restaurant dat we vanavond hebben ontdekt (en waar we voor 4,50 euro p.p. muy rica y muy mucho hebben gegeten). Daar draaien ze namelijk non-stop dit soort clips op een groot scherm. Oftewel: daar eten we vanaf nu iedere dag. Alles omwille van hablar castellano bien, immers.

Dit was deel 1 van ‘Integreren kun je leren’ met Emiel en Renée