De wereld aan je voeten

Renée van Heteren en Emiel van Dongen — Geplaatst op zondag 29 januari 2017, 11:00

© Maaike Putman

PERSOONLIJK Vorig jaar trok het journalistenkoppel Emiel van Dongen (32) en Renée van Heteren (31) over vier verschillende continenten. In evenveel landen vervulden ze een paar maanden lang een mini-correspondentschap. Werkt dit bedrijfsmodel? Het antwoord geven ze zelf, vervat in vijf lessen.

We wanen ons net Kuifje, als we achterop de motortaxi met een opschrijfboekje in de hand door Bangkok scheuren. Terwijl het Thaise volk rouwt, zijn wij stiekem in jubelstemming. Koning Bhumibol, ’s werelds langstzittende monarch, is net overleden. Bhumibols overlijden is het news event waar we het hele jaar al van droomden. Geen slachtoffers, grote nieuwswaarde en in een land waar nauwelijks Nederlandse en Belgische journalisten zitten – wat dus meteen een hoop ingangen geeft bij media in de lage landen.

We zijn krap een maand in Thailand en opeens worden we aangeduid als ‘Thailand-correspondenten’. Renée verslaat en duidt het nieuws op Radio 1, BNR en de VRT; Emiel schrijft achtergrondartikelen en reportages voor AD en De Standaard.

Thailand was het laatste land dat we in 2016 aandeden, hiervoor werkten we in Colombia, Nicaragua en Uganda. Het was een uitdagend, ambitieus, avontuurlijk en exotisch idee om in deze landen korte correspondentschappen te vervullen. Maar hoe pakte het uit? En is het iets dat meer freelance journalisten zouden moeten doen?

Les 1: Een goede voorbereiding is niet het halve werk
Minutieus hebben wij onze carrièresprong naar het correspondentschap voorbereid. Voor alle landen hebben we Google News Alerts ingesteld, Lexis Nexis-onderzoeken gedaan, bronnen gevolgd op Twitter en lokale, Engelstalige nieuwssites geliket op Facebook. De tientallen pitches die we vooraf hebben verstuurd, leidden uiteindelijk tot slechts twee verhalen (voor Happinez en Radio 1). Het is waar: goede verhalen vind je niet op internet, maar op straat. Ter plekke praat je met mensen, aanschouw je de wereld om je heen en verbaas je je over de verschillen met Nederland, waardoor de verhalen je vanzelf in de schoot worden geworpen. Zo zagen we in het Noord-Thaise Chiang Mai veel initiatieven om vluchtelingen uit Myanmar te helpen, wat op zichzelf al een goed onderwerp was voor een prachtige reportage voor Radio 1.

Les 2: Je ideaalbeeld over de Nederlandse media sneuvelt
Misschien wat kort door de bocht, maar Nederlandse media vinden je buitenlandverhaal vooral leuk als het eigenlijk over Nederland gaat. Vind je geen Nederlands haakje om het verhaal aan op te hangen, dan krijg je vaak te horen ‘dat de relevantie voor onze lezers mist’. Dus ga je voor ieder verhaal naarstig op zoek naar de consequenties voor Nederland, of naar een Nederlander ter plekke.

Nog zoiets: je verhaal moet passen in het bestaande frame over dat land. Gaat het over Colombia? Dan mag Pablo Escobar niet ontbreken. Dus moet je de drugsbaron onder redactionele druk in je kopij fietsen. Zoals in een FD-verhaal over Medellín als innovatiestad en een Sprout-artikel over een succesvolle Amsterdamse startup die zijn kantoor voor de beide Amerika’s in Colombia vestigt.

Les 3: Diepgaande, betekenisvolle verhalen zijn mogelijk

Het is een eeuwigdurende discussie: kun je een goede correspondent zijn als je ergens maar kort zit? Wij denken van wel. Vóór aankomst heb je al veel over het land gelezen. Arriveer je, dan spreek je een hoop mensen, lees je lokale nieuwsbronnen en kijk je om je heen op straat. Je verhalen dubbelcheck je bij bronnen met autoriteit. Daardoor hoef je niet te blijven hangen in oppervlakkige onderwerpen. Zo hebben wij stevige achtergrondverhalen gemaakt over de Nicaraguanen die mogelijk de dupe worden van het Nicaraguakanaal en over een wijk in Medellín waar alle aspecten van het Colombiaanse conflict samenkomen. Juist het feit dat je er maar even bent, maakt je gretig en gemotiveerd om voor een solide fundament te zorgen.

Vanuit persoonlijke optiek: het journalistieke werk heeft ons verblijf in ieder land waardevoller gemaakt. Het is dé manier om een dieper inzicht te krijgen in de samenleving, het verleden en de cultuur van een land. En om op plekken te komen waar je als willekeurige bezoeker niet snel zult of kunt komen. Bovendien zijn de onderwerpen van dit soort buitenlandverhalen vaak relevanter, aangrijpender en interessanter dan onze onderwerpen in Nederland. Het gaat meer over grote kwesties zoals leven en dood, extreme armoede en landonteigening.

Les 4: Goede verhalen zijn minder belangrijk dan het afschermen van ‘tuintjes’
Hoe sterk je verhaalidee ook is, de verstandhouding tussen een medium enerzijds en een correspondent of vaste freelancer anderzijds is altijd sterker. Zit er ergens een correspondent, dan moet je in een grote boog om ‘zijn tuintje’ heen lopen. ‘Klop maar weer bij ons aan als je in Afrika bent. In Colombia en Nicaragua hebben we al vaste freelancers zitten en die willen we niet tegen de borst stoten’, kregen we van een radioprogramma te horen. Op hun beurt zijn ook de vaste freelancers druk bezig om piketpalen om hun domein te slaan. Een concullega met wie we als journalisten onder elkaar eens koffie gingen drinken, verbood ons uitdrukkelijk om iets te publiceren over het land in kwestie in de krant waarvoor hij vaste freelancer is.

Les 5: De journalistiek brengt niet genoeg brood op de plank

Tot slot een inkoppertje, maar toch relevant om op te merken. De journalistiek is geweldig voor de pret en de prestige, maar niet voor de poen. Zelfs al woon je in Uganda – dat in de Top 20 van armste en dus goedkoopste landen staat – dan is het lastig om rond te komen van 27 cent per woord. Vooral omdat er niet zoveel animo voor verhalen uit zo’n land is dat je ongelimiteerd kunt produceren. En natuurlijk, het zal best zo zijn dat een enkele uitzonderlijk getalenteerde, inspiratierijke, hardwerkende en calvinistische journalist er een fulltime emplooi in kan vinden.
Gelukkig blijkt het uitstekend mogelijk om vanuit de andere kant van de wereld allerlei soorten schrijfklussen voor Nederlandse bedrijven te doen. Uiteindelijk hebben wij dit jaar zo’n 30 procent van onze inkomsten uit journalistiek werk gehaald. Dat is inclusief de artikelen ‘in Nederland’ die we op afstand hebben gemaakt, dus waarvoor we Nederlanders via Skype hebben geïnterviewd. Overigens hebben wij nooit de intentie of illusie gehad om fulltime journalistiek werk te doen. Van meet af aan hebben we ook ingezet op het vinden van commerciële opdrachtgevers.

Conclusie: Een goed bedrijfsmodel, maar niet voor broekjes

Het idee van mini-correspondentschappen is beslist levensvatbaar. In grote delen van Azië, Afrika en Zuid- en Midden-Amerika zijn er maar weinig Nederlandse freelancers, terwijl de goede verhalen er voor het oprapen liggen. Onderweg leer je met vallen en opstaan al snel allerlei vaardigheden en inzichten, zoals Nederlandse invalshoeken vinden en de ‘tuintjes’ van vaste freelancers ontwijken. En in deze tijden van 4G, goedkope buitenlandse simkaartjes, breedbandinternet, smartphones, Airbnb, Facebook(-groepen) en 1001 apps is alles technisch en praktisch een eitje.

Journalisten die net uit de collegebanken komen, zouden zich echter misschien een extra keer achter de oren moeten krabben om een deceptie te voorkomen. Het helpt enorm om (letterlijk en figuurlijk) genoeg bagage te hebben, wat concrete ervaring, een portfolio en een stel journalistieke en commerciële contacten in Nederland. Anders is de afstand van je co-working space in Kampala tot die redactie op het Mediapark of dat contentbureau aan de Herengracht wel erg groot.

Emiel van Dongen (1984) startte in 2012 als fulltime freelance schrijvend journalist. Zijn verhalen verschenen in kranten, tijdschriften en op websites. Na stages en banen als tv-redacteur bij EenVandaag, RTL Nieuws en AT5 begon ­Renée van Heteren (1985) in 2011 bij BNR Nieuwsradio. Daar leerde zij het radiovak. Als journalistiek en content­collectief ‘Grensover­schrijvend’ werkte het duo vorig jaar vanuit Colombia, Nicaragua, Uganda en Thailand voor o.m. AD, BNR, De Standaard, FD, Happinez, Nieuwe Revu, Radio 1, Sprout, Villamedia en VRT Radio. Vanaf 2017 doet het stel Albanië, Servië en een groot aantal Aziatische landen aan.