Voor Nieuwe Revu schreven wij dit artikel over de wijk Comuna 13 in Medellín. Een buurt die werd (en wordt) geteisterd door alle aspecten van het Colombiaanse conflict.

De bloederige erfenis van Pablo Escobar

Ooit was Pablo Escobars thuisbasis Medellín de mondiale moordhoofdstad. Sinds zijn dood in 1993 klimt Colombia gestaag uit het dal. Maar in Comuna 13 gaat dat niet zonder slag of stoot. Een geschiedenis van deze urban jungle, die een bloedige bloemlezing is van het Colombiaanse conflict.

Als een gigantisch natuurlijk mausoleum torent La Escombrera uit boven de beruchte wijk Comuna 13. Ceremonieel was het afscheid van de overledenen die hier liggen niet, ze zijn hier snel gedumpt. Er is weinig bekend over wie hier liggen, behalve dan dat de (waarschijnlijk) honderden stoffelijke overschotten in dit massagraf zijn van mensen die het label ‘vermist’ hebben. En dat ze, zo goed als zeker, werden vermoord door guerrilla’s, paramilitairen, soldaten of bendeleden.

medellin_streets__comuna_13__by_sebasggm-d8s78ls

Straatbeeld

La Escombrera – ‘de dump’ – is een wrang symbool voor Comuna 13 (‘Trece’). Er is geen plek in Colombia waar alle verschillende partijen in het conflict zoveel bloed hebben vergoten als in deze wijk. De straatarme buurten hoog op de heuvels rond de Aburrá-vallei zijn te zien in Narcos, de immens populaire Netflix-serie die toewerkt naar de dood van drugsbaron Pablo Escobar. In Trece was het echter niet Escobar die het meeste dood en verderf zaaide, maar guerrilla’s, paramilitairen en combos (lokale straatbendes). En na Escobars dood ging het hier pas echt los.

Sociale schoonmaak

‘Een van mijn eerste herinneringen, het zal ongeveer 1991 zijn geweest, is een limpieza social,’ vertelt rapper Jeison Castaño (30), beter bekend onder zijn artiestennaam Jeihhco. Over deze sociale schoonmaak: ‘Guerrilla’s met bivakmutsen en geweren gingen langs de deuren om verkrachters, dieven, wietrokers en andere ongewenste personen op te halen. Vervolgens werden die ergens doodgeschoten.

Zijn familie streek in 1981 neer in een van de slechtst begaanbare buurten van Trece. De wijk ontstond zo’n tien jaar eerder, toen voor het guerrillageweld gevluchte boeren en plattelandsbewoners huizen gingen bouwen op de bergen rondom Medellín.

7-comuna-trece-medellin-escalator

Panorama

ELN (na FARC de grootste guerrillagroep) stichtte enkele buurten in de wijk, die tegenwoordig zo’n 140.000 inwoners heeft. Vanaf de jaren zeventig hadden vooral guerrillagroeperingen de controle over de wijk, de zwakke overheid had er geen enkele zeggenschap. De guerrilla’s hadden hun eigen leefregels (‘Gij zult geen vrouwen verkrachten,’ etc.), stimuleerden de gemeenschapsvorming en hielden de straten vrij van drugsdealers.

Daar stond echter een hoop tegenover. Alle winkels werden bijvoorbeeld gedwongen om protectiegeld te betalen. Guerrilla’s liepen klaslokalen langs om scholieren te ronselen. En het overschrijden van ‘onzichtbare grenzen’ tussen de territoria van verschillende groepen moest je bekopen met je vrijheid of de dood. Leidy Viviana Alandette (30), geboren en getogen in Trece, woonde in een doodlopende steeg. ‘Die werd door de guerrilla’s gebruikt om mensen te kidnappen. Ik moest goed uitkijken dat ik daar met niemand over praatte, want ze konden je zo laten verdwijnen. Een familielid van mij is nog steeds vermist.’

Schermafbeelding 2016-03-16 om 10.51.06

Alandette en Jeihhco

Medellín groeit in de jaren zeventig, tachtig en negentig uit tot de mondiale moordhoofdstad, met name door toedoen van Escobar, paramilitairenleider Don Berna en de guerrilla’s. Vanaf Escobars dood in 1993 had Don Berna de touwtjes in handen in de meeste wijken van Medellín.

Comuna 13 bleef al die tijd een rood guerrillabolwerk. Maar in 2002 ziet de wijk plotsklaps groen. Duizend militairen en achthonderd paramilitairen, die samenwerken met het leger, trekken de wijk in en kammen die hermetisch uit. Hun doelwit: guerrilla’s. Met Operación Orión wil de overheid ze, bot gesteld, met wortel en tak uitroeien. Dagenlang is Trece een slagveld.

Verdwaalde kogel

Alandette, destijds 16 jaar, herinnert het zich nog goed: ‘Het was verschrikkelijk. Vanuit helikopters werd de wijk beschoten. Soldaten gingen langs de deuren om mensen op te pakken, die vaak onschuldig waren. Zo heeft mijn buurman tien jaar vastgezeten omdat hij walkietalkies van guerrilla’s zou hebben gerepareerd. De guerrilla’s probeerden ondertussen de wijk uit te komen. Sommigen pakten gewonde kinderen van straat en beweerden bij het verlaten van de wijk dat ze hun kind naar het ziekenhuis moesten brengen.’

Een van de dodelijke slachtoffers is een klasgenoot van Alandette, die wordt getroffen door een verdwaalde kogel. Officieel vallen er elf doden, maar in werkelijkheid is het een veelvoud. Volgens schattingen zijn er daarnaast zo’n driehonderd mensen ‘vermist’ geraakt. Waarschijnlijk betichtten paramilitairen veel van die mensen ervan guerrilla te zijn, waarna ze zijn gedumpt in La Escombrera.

 Lees het complete verhaal op Blendle

TEKST EMIEL VAN DONGEN EN RENÉE VAN HETEREN